Balletdanseres
Als de klank van 't virginaal
zweef je zuiver, onbevangen
in je eigen licht-ovaal ...

Nog hou je van gevangen
wat nu openbarsten zal
als rusteloze vlam pal
op 't git van 't oog.

Losgesprongen gloed hoog
in 't kippen van de dag,
je hand- en voetbewegen ... een rag
van geest wordt even vlees en bloed.

't Schroeflijnend licht verblindt tot
waan: tijdlozer dan mijn lot
dans je een ander godsbeeld tegemoet.
Auteur: Herman Vanderplaetse