| Balletdanseres | ||
|
zweef je zuiver, onbevangen in je eigen licht-ovaal ... Nog hou je van gevangen wat nu openbarsten zal als rusteloze vlam pal op 't git van 't oog. Losgesprongen gloed hoog in 't kippen van de dag, je hand- en voetbewegen ... een rag van geest wordt even vlees en bloed. 't Schroeflijnend licht verblindt tot waan: tijdlozer dan mijn lot dans je een ander godsbeeld tegemoet. |
||
|
||