|
|
In welving luistert
zij haar lichaam
op en in zijn naam
verheerlijkt, fluistert
zij haar droom
van aarde; langs de zoom
van zee en hemel klimt
de maan, die bant.
Kil glimt
haar buik.
Stil brandt
de kruik.
Wat is nevel, wie is hand?
Zij wordt licht en bant
uw ogen
in haar bogen.
|
| Auteur: Herman Vanderplaetse |
Ingezonden door Herman !
|
|
|
|
Als de klank van 't virginaal
zweef je zuiver, onbevangen
in je eigen licht-ovaal ...
Nog hou je van gevangen
wat nu openbarsten zal
als rusteloze vlam pal
op 't git van 't oog.
Losgesprongen gloed hoog
in 't kippen van de dag,
je hand- en voetbewegen ... een rag
van geest wordt even vlees en bloed.
't Schroeflijnend licht verblindt tot
waan: tijdlozer dan mijn lot
dans je een ander godsbeeld tegemoet.
|
| Auteur: Herman Vanderplaetse |
Ingezonden door Herman !
|
|
|
|
Methexis: relatie tussen beeld en idee (Plato)
Toen ik jong was
droeg ik een beeld in mij:
het koesterde, vertroetelde mij.
Ik liet het achter,
zag brokstukken en bloed:
het verwondde, vernietigde mij.
Jarenlang ruimde ik
dat puin op.
Ik keerde terug in mij:
het oude beeld
zalfde, zocht mij.
Het legde mij
een woord in de mond.
Was het liefde,
was het hemel?
|
| Auteur: Herman Vanderplaetse |
Ingezonden door Herman !
|
|
|
|
Verwachting,
golvendend land,
zon.
Onvoldaan,
hunker naar een kind,
Weg.
Rauw,
wandaad,
onverlaat.
Ik jaag op je huid,
je stille stem
wordt kreet.
Bloedstillend,
twee hondsen
bijten je toe.
Ik,
vernietiging,
zelfvernietiger.
Put,
bloed en water,
mijn afspiegeling.
Naadloos:
ogen en vingertoppen
verzinken in stof.
Vergrijpen,
dichtgesnoerde keel,
ik ben mijn lichaam niet.
Leed,
grenzeloos,
geen opstand.
Uitzuivering,
zelfkastijding,
redding.
De dood
schampt af,
ik blijf.
Duizend en zeventig
woekert in ons:
moord!
|
| Auteur: Herman Vanderplaetse |
Ingezonden door Herman !
|
|
|
|
Grimmig lopen wij voorbij ;
paarden komen snuivend naderbij.
Mensen likken,
paarden knikken.
Padden en kikkers blazen
zich op; wij razen
op allerlei manieren
op bevel van oorlogsgieren.
Lieve Jean de la Fontaine,
plaats ze maar in quarantaine;
geef uw paarden, kikkers, honden:
zij likken lustig onze wonden.
|
| Auteur: Herman Vanderplaetse |
Ingezonden door Herman !
|
|
|
|
116 Inspiraties werden er gevonden.
We tonen nu 1 tot 5.
|
|